
Toets op onderstaand holenummer om naar de informatie over de flora van desbetreffende hole te gaan.
Hole 1 van 18 holes
Aan de linker kant van de green staan op de heuvel vijf bijzondere bomen. Geen eiken of beuken, hoewel de naam anders doet vermoeden. Het gaat namelijk om de hopbeuk. Helaas voor de bierdrinkers onder ons betekent dit niet dat er van de vruchten bier gebrouwen kan worden. We zouden al bijna dromen over een restaurant dat zichzelf kan bedruipen, met konijnenbout of een lekker stukje schapenvlees en daarbij bier van eigen bodem. Niet verkeerd toch? Maar terug naar de hopbeuk.

De hopbeuk lijkt op de haagbeuk (Carpinus betulus), maar zijn bladeren hebben veel meer nerven en zijn aan de voet hartvormig. Ze zijn ook scherper gezaagd dan die van de haagbeuk. De boom is inheems aan de zuidkant van de Alpen, in Zuid-Frankrijk en Klein-Azië. Daardoor houdt hij van zachte winters, warme zomers en veel vocht. Hij groeit veel op steile hellingen en kalkrijke bodem. In Zwitserland groeit hij tot een hoogte van 1.20 m. De boom dankt zijn naam aan de zaadbellen die lijken op die van de hopplant en de bladeren die aan de (haag)beuk doen denken. De wetenschappelijke naam luidt Ostrya carpinifolia, waarbij Ostrya afgeleid is uit het Grieks. Dit betekent boom met hard hout. Carpinifolia wil zeggen: bladeren die lijken op die van de haagbeuk (Carpinus betulus).
Zoals de meeste loofbomen is de hopbeuk bladverliezend. De maximale hoogte die de boom kan bereiken is 20 m. Het is een langzame groeier, die in zijn eerste jaren een kegelvormige kroon heeft. Later verschijnen aan de zich splitsende hoofdstam zijtakken, waardoor de kroon ronder wordt. De hopbeuk kan uiteindelijk 12 m breed worden. De takken zijn in het begin behaard, later kaal en zeer buigzaam. De groene bladeren zijn eirond tot ovaal en de bladrand is dubbel gezaagd. In het najaar verkleuren zij geel.
De hopbeuk bloeit in april met geelgroene mannelijke katjes. De vrouwelijke bloemen zijn onopvallende kleine aartjes. Wanneer zij bevrucht zijn, groeien zij uit tot op hopbellen gelijkende vruchten. Onder de vleugelvormige schutbladeren verbergen zich nootjes. De schors is bruingrijs en gegroefd, de takken zijn olijfgroen. De mensen uit het stenen tijdperk konden de boom al op zijn waarde schatten, zoals blijkt uit de vondst van een man die tijdens het stenen tijdperk in het ijs van de Ötztaler Alpen bevroren raakte (Ötzi). In zijn maag vond men stuifmeel van de mannelijke hopbeukbloemen. Het harde, dichte hout van de hopbeuk wordt gebruikt voor het vervaardigen van gereedschap.
Hole 1 van 18 holes